spacer.png, 0 kB
Home
Verdwenen dorpen ten westen van Sloten PDF Afdrukken E-mail

 

Het dorp Sloten grenst tegenwoordig aan de westkant aan de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Ten westen daarvan ligt de Haarlemmermeerpolder die in 1852 droogviel. Vanaf eind 19e eeuw is Badhoevedorp hier verrezen.

Voor de droogmaking lag hier de Haarlemmermeer, dit meer was ontstaan uit drie kleinere meren die in de Middeleeuwen in het gebied tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden lagen. Dit waren de Spieringmeer, de Oude Haarlemmermeer en de Leidsemeer. Deze drie meren waren door smalle stroken veenland van elkaar gescheiden.

Moerassen
Zo'n duizend jaar geleden was het gebied ten oosten van Haarlem een woest landschap met moerasbossen. Vanuit Kennemerland werd het land ontgonnen. Zo ontstonden vanaf de 11e eeuw diverse dorpen, zoals Sloten en Osdorp vanuit het IJ, meer naar het westen verrezen Nieuwerkerk en Vijfhuizen vanuit de Liede, en Schalkwijk en Rijk (of Rietwijk) vanuit het Spaarne. Nieuwerkerk werd aanvankelijk aangeduid als Boesinghelee (Boesingeliede).

De bewoners leefden van akkerbouw, veeteelt en visserij. Toen het veenland na verloop van tijd inklonk was landbouw op de drassige grond vanaf de 14e eeuw niet meer mogelijk. Het werd aantrekkelijk om het veen af te steken en als turf te verkopen. Met de groei van de steden in Holland nam de vraag naar turf als brandstof toe. Hout was schaars en tot de komst van de steenkool in de 19e eeuw was turf de belangrijkste brandstof. Zo werd een groot deel van het hart van Holland in de loop der tijd afgegraven.

Sample Image

De Haarlemmermeer groeide uit tot een grote watervlakte tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden, zoals te zien op deze kaart uit 1615. 

 

Turfwinning
Ook langs de oevers van de Haarlemmermeer vond turfwinning plaats. Vooral Haarlemmers waren hier actief. Via het Spaarne kon men de brandstof gemakkelijk per schip aanvoeren. De Haarlemse bedrijvigheid, waaronder lakennijverheid en de bierbrouwerijen, profiteerde hiervan. Door de combinatie van turfwinning en golfslag op het meer kalfden de oevers steeds verder af. Zo groeide de Haarlemmermeer van een oppervlakte van circa 9.100 hectare in 1250 naar circa 15.030 hectare in 1650. Daarna werden de maatregelen tegen oeverafslag effectiever, zodat de groei van het meer minder snel ging, doch er ging nog bijna 2.000 hectare land verloren. Kort voor de droogmaking was de oppervlakte in 1840 gegroeid tot 16.850 hectare. Vooral aan de noordoostelijke en zuidoostelijke oevers was het landverlies groot door de overheersende westenwinden. De dorpen aan de oostkant verloren zo een groot deel van hun land. Het grondgebied van Aalsmeer werd ongeveer gehalveerd, maar de dorpskern bleef bestaan. Slechter verging het Nieuwerkerk en Rijk (Rietwijk).

Route
Naast de landroute via de Spaarndammerdijk was er nog een tweede route over land tussen Kennemerland en Amsterdam. Deze liep van Haarlem via Noord- en Zuidschalkwijk, Vijfhuizen en Nieuwerkerk naar Sloten en zo verder via de Sloterweg naar de Overtoom. Van daaruit liep de route verder via de Heiligeweg(se vaart) naar de Kalverstraat. Dit was in de veertiende en vijftiende eeuw een belangrijke pelgrimsroute naar de Kapel ter Heilige Stede, gebouwd op de plek van het Mirakel van Amsterdam uit 1345.

 

 Sample Image

Kaart van de verdwenen dorpen ten westen van Sloten.

Voor een grotere afbeelding: zie onderaan de pagina. 


Storm in 1508
Tussen Vijfhuizen en Nieuwerkerk was er een smalle strook veenland die de Oude Haarlemmermeer en de Spieringmeer van elkaar scheidde. Verder naar het zuidwesten was er ook een strook veenland bij de Vennip (hier ligt nu Nieuw Vennep) die de Haarlemmermeer scheidde van de Leidsemeer, maar omstreeks 1477 werd weggespoeld. Aan de noordkant van de Spieringmeer was er een smalle strook land bij Polanen (Halfweg) die dit meer scheidde van het Houtrak (deel van het IJ). Door de turfwinning en golfslag werden deze landstroken steeds verder aangetast. Bij een storm in 1508 gebeurde het onvermijdelijke: de landstroken sloegen weg en de meren smolten samen tot een grote watervlakte. Bij Polanen brak de dijk in 1509 door en pas een jaar later slaagde men er met veel moeite in om de Spaarndammerdijk met een kistdam weer te herstellen, zodat het zoute water van het IJ, dat in verbinding stond met de Zuiderzee het gebied ten zuiden van de Spaarndammerdijk niet verder kon aantasten. De verbinding tussen Vijfhuizen en Nieuwerkerk bleef verbroken, zodat verkeer over land tussen Amsterdam en Haarlem voortaan slechts mogelijk was via de Spaarndammerdijk.

Verdwijning Nieuwerkerk
Nieuwerkerk raakte een groot deel van zijn grondgebied kwijt en ook vele huizen gingen verloren. In de Middeleeuwen was het een bloeiend dorp tussen Haarlem en Sloten met een grote kerk. Omstreeks 1450 was er al veel oeverafslag. In de vijftiende eeuw verdween het oorspronkelijke dorp in de golven. In 1502 waren er nog twee huizen over. De kerk werd in 1467 verplaatst naar het noordoosten. Dit mocht echter niet baten, want in 1690 was het water al zover opgedrongen dat ook deze tweede kerk van Nieuwerkerk moest worden verlaten. Toen was de bloeitijd al lang voorbij. In 1631 werd een polder Nieuwerkerk gesticht, met een poldermolen. Het werd echter alleen door een lage kade beschermd tegen de Haarlemmermeer. De derde locatie van het dorp kwam na 1690 te liggen vlakbij het huidige Lijnden, aan de zuidelijke oever van het Lutkemeer. Het werd toen Nieuwerkerk aan de Drecht genoemd. Maar toen de Haarlemmermeer halverwege de 19e eeuw uiteindelijk werd drooggelegd waren hiervan nog slechts enkele huizen overgebleven.

Vijfhuizen
Tot Nieuwerkerk behoorden ook Raesdorp en Vijfhuizen, beiden aan de Liede en de daaruit ontstane Spieringmeer gelegen. De kerk van Vijfhuizen was al in 1605 verzwolgen. In de 19e eeuw waren alleen de eendenkooi en nog enkele huizen over. Toen de Haarlemmermeer werd ingepolderd waren van beide buurtschappen nog slechts kleine stukken land overgebleven. De eendenkooi bestaat nog steeds en is opgenomen in de Haarlemmermeerpolder. In de nabijheid verrees een nieuw dorp Vijfhuizen.

Rijk
Ook het dorp Rijk (Rietwijk) onderging het zelfde lot, dit dorp verdween omstreeks 1600 in de golven. Rietwijk zou omstreeks de 11e eeuw ontstaan zijn en vormde tot halverwege de 14e eeuw een eenheid met Schalkwijk (ten zuiden van Haarlem). Deze beide dorpsgebieden grensden toen nog aan elkaar en aan het Spaarne. In 1392 werd het slagturven onder Rietwijk en Nieuwerkerk verboden, dit vanwege het landverlies. Ook halverwege de 15e eeuw werd veel oeverafslag gemeld. De kerk van Rietwijk, die in 1514 nog een kapel was, is omstreeks 1600 verzwolgen. Slechts een beperkt stuk land ten zuiden van het dorp Sloten was het enige wat nog van het vroegere Rijk overbleef. Het land ten zuiden van de Sloterweg werd in 1636 een polder, met een poldermolen, de Riekermolen, die hier stond tot 1956 en sinds 1961 aan de Amstel bij de Kalfjeslaan te bewonderen is. De Riekerpolder is voor de zandwinning voor een deel vergraven tot een deel van de Nieuwe Meer.

Rietwijkeroord behoorde ook tot Rietwijk en lag aan de zuidzijde van de Nieuwe Meer. In de 20e eeuw werd dit gebied uitgeveend en weer drooggemaakt. Vanaf de jaren dertig werd hier het Amsterdamse Bos aangelegd.

Drooglegging

Al in de zeventiende eeuw werden de eerste plannen gemaakt om de Haarlemmermeer droog te leggen in navolging van andere meren. Het duurde echter nog twee eeuwen voordat dit gerealiseerd werd. De steden Haarlem en Leiden waren lange tijd tegen inpoldering. De lucratieve opbrengsten van het meer wilde men niet missen: Haarlem profiteerde van de turfwinning, Leiden van de opbrengsten van de visserij. Ook de scheepvaart was niet enthousiast van inpolderingsplannen.

Uiteindelijk waren de stormen in het najaar van 1836 die de aanzet gaven tot de uiteindelijke droogmaking. In november 1836 was er een zuidwesterstorm, waardoor het hele gebied tot aan de poorten van Amsterdam werd overstroomd. Het gebied van Sloten en Osdorp leed grote schade. De stad Amsterdam voelde de bedreiging van het water nu wel erg dicht naderen. Een maand later, in december, waaide de storm uit het noordoosten. Nu leed Leiden onder de gevolgen en straten liepen onder water. Na 3 eeuwen van plannen maken werd uiteindelijk in 1837 door koning Willem I een Staatscommissie ingesteld die de droogmakingsplannen op hun uitvoerbaarheid moest beoordelen. Op 22 maart 1839 werd een wetsvoorstel aangenomen voor de drooglegging. In 1840 begon het graven van de Ringvaart. Tussen 1848 en 1852 werd het water weggepompt door drie stoomgemalen. Na veel problemen overwonnen te hebben was het vijftien jaar na de start van de werkzaamheden zover dat het water had plaatsgemaakt voor land.

Nieuwe dorpen
Na de drooglegging van de Haarlemmermeer werden hierin nieuwe dorpen aangelegd. Enkele daarvan kregen de namen van verdwenen dorpen. Zo verrezen onder andere de nieuwe dorpen Rijk, Vijfhuizen, Boesingheliede, Burgerveen en Nieuw Vennep met oude namen. De naam Nieuwerkerk is echter niet meer teruggekeerd. De locatie van dit dorp was ongeveer halverwege tussen de nieuwe dorpen Badhoevedorp en Kruisdorp, later veranderd in Hoofddorp. Rijk is vervolgens alweer verdwenen, in de jaren zestig is het weer verzwolgen, nu door de Luchthaven Schiphol. Inmiddels is er een bedrijventerrein Schiphol-Rijk verrezen aan de zuidkant van de luchthaven.

Zie ook: Jaartallen Geschiedens Haarlemmermeer tot 1800: http://www.gemalen.nl/verhalen/jaartallen.asp

 

Erik Swierstra,
Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp


Uit de Westerpost van 5 november en 19 november 2008.


 

Sample Image

 
Bijschrift bij de kaart:
Bovenstaande kaart is een enigszins bewerkt detail van een grote kaart van kaartenmaker Bolstra. In de periode van 1531 tot 1739 groeiden de veenmeren uit tot een groot meer: de Haarlemmermeer.
Op de kaart staan de volgende 'groeilijnen' waaruit men kan opmaken hoe de Haarlemmermeer steeds groter werd: 1591 - 1647 - 1687 - 1739 - 1740.

 
 
spacer.png, 0 kB