spacer.png, 0 kB
Home
Sloten en de Stelling van Amsterdam PDF Afdrukken E-mail

 

Aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw werd rond Amsterdam een verdedigingsgordel aangelegd bestaande uit een reeks forten die samen de Stelling van Amsterdam gingen vormen. Deze verdedigingswerken werden aangelegd na de vestingwet van 1874. De ring met 42 forten ligt zo'n 10 à 15 kilometer buiten de stadsgrenzen van Amsterdam in die tijd. Het grondgebied van de gemeente Sloten kwam geheel binnen die ring te liggen. Het gedeelte van de Stelling van Amsterdam ten zuidwesten van de stad heette de Sector Sloten. De andere sectoren waren: Amsterdam, Ilpendam, Zaandam en Ouderkerk. De stelling lag weliswaar in een ring op ruime afstand van de stad, maar ook in het gebied daarbinnen waren ondersteunende voorzieningen aanwezig. Hoewel de vroegere gemeente Sloten geheel binnen deze gordel was gelegen, en er hier dus geen forten werden gebouwd, zijn er wel enkele ondersteunende voorzieningen gebouwd op het grondgebied van Sloten.

Hieronder worden de drie belangrijkste objecten, die ook thans nog aanwezig zijn, beschreven. De meest markante onderdelen, de forten, zijn dus niet aan te treffen in de omgeving van Sloten-Oud Osdorp, maar er zijn wel enkele andere objecten aanwezig. In dit artikel een overzicht van de drie belangrijkste onderdelen, gelegen in de Sector Sloten.

Sectorpark Halfweg, afd. Munitie 'De 1800 Roe'

Tussen Sloterdijk en Halfweg ligt aan de Haarlemmerweg het vroegere Munitiemagazijn de 1800 Roe. De naam 1800 Roe is gebaseerd op de afstand tot de Haarlemmerpoort, op het Haarlemmerplein. Een Roe was een oude Rijnlandse lengtemaat van 3,767 meter. De afstand van 1800 Roe was dus circa 6,8 kilometer. Deze benaming vinden we ook terug bij bijvoorbeeld de molen de 1200 Roe, gelegen bij de Willem Molengraafstraat in Slotermeer, die dus 4,5 kilometer van de Haarlemmerpoort staat.

Het complex bestaat uit twee lange en drie korte bakstenen loodsen voor opslag en laboratorium. In de dakpannen van de noordelijke loods (Loods A) staat de tekst '1800 Roe'. Vanaf de Haarlemmerweg is deze tekst zichtbaar.

De bouw van het kruitmagazijn begon in 1870. Het ontwerp was gelijk aan dat van het kruitmagazijn bij Spaarnwoude. In 1871 wordt er melding gemaakt van de aanwezigheid van een fundament van het buskruitmagazijn. Het complex werd later uitgebreid: in 1896 verschijnt er een houten loods voor projectielen en in 1898 nog een loods. Omstreeks 1900 komt er een aanbouw voor een laboratorium aan de projectielenloods. Een munitiebergplaats wordt in 1908 gebouwd, terwijl in 1910 de houten loods door een bakstenen loods wordt vervangen.

Het doel van het complex is: 'Oplegging van munitie en explosieven voor de Sector Sloten'. Na de Tweede Wereldoorlog was het een opslagplaats voor de Artillerie Inrichtingen (gevestigd bij de Hembrug).

Aan personeel was er waarschijnlijk volgens opgave uit 1916 aanwezig één officier als commandant Sectorpark en twee officieren per afdeling, overig personeel onbekend. in 1940 waren er waarschijnlijk 'Etappe-artillerie Compagnie Munitiewerkers'.

Het transport ging per elektrisch smalspoor naar de Ringvaart, vandaar ging het dan te water verder. Waarschijnlijk wordt hier gedoeld op de trambaan van de Electrische Spoorweg Maatschappij (ESM) die in 1904 de elektrische tramlijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort in gebruik nam. Deze lijn had een zijspoor in Halfweg naar de elektrische centrale aan de Ringvaart van de Haarlemmermeer, gelegen naast de huidige brug naar Zwanenburg. Op deze plaats was er een overlaadmogelijkheid op schepen.

In 1918 wordt er een aanslag gepleegd op het complex. De SAJO-klub, een anarchistengroep van vijf jongemannen, doet op 27 januari een poging tot het opblazen van het magazijn, die mislukt. Omdat terroristische aanslagen toen nog onbekend waren waren de magazijnen onbewaakt. Door onhandigheid van de daders (het stijfsel van de lont was nog nat) en oplettendheid van een passerende veldwachter werd de aanslag voorkomen. De daders werden tot zware gevangenisstraffen veroordeeld.

Omstreeks 1936 zou de magazijnfunctie zijn overgenomen door het Mobilisatie Centrum Amsterdam. Voorts wordt er in 1940 een magazijn van de Luchtstrijdkrachten (LSK) gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog is er vanaf 1945 een Bewarings- en Verblijfkamp. Dit was 'Kamp Kruithuis Halfweg' voor politieke delinquenten. Op 11 juni 1945 was het met circa 500 personen geheel bezet. Waarschijnlijk is het in 1946 voor dit doel weer gesloten. Tot omstreeks 1950 blijft het complex in gebruik als munitiemagazijn.

Daarna werd tot circa 1980 het complex gebruikt door de Munitie Onderzoekings Dienst (MOD). In de jaren '80 komt het complex buiten gebruik. Het wordt gekraakt en een aantal kunstenaars nemen er hun intrek. Op 13 november 1999 brandt (het dak van) Gebouw A gedeeltelijk af. Het complex is het best behouden sectorpark en is sinds 1998 een Rijksmonument. Tegenwoordig is er een kunstenaarskolonie gevestigd met de naam het 'Kruithuis'.

De drinkwatervoorziening

Om de stelling van Amsterdam van drinkwater te kunnen voorzien was er een eigen installatie voor watervoorziening. Deze bevond zich ten zuiden van het dorp Sloten in de Riekerpolder, ten noorden van de Nieuwe Meer.

Het complex ligt nabij het voormalige Fort aan de Nieuwe Meer (onderdeel van de Posten van Krayenhoff; een voorganger van de Stelling van Amsterdam) en later het Magazijn voor Bijzondere Opkomst. De bronnen liggen langs de Ringvaart van de Haarlemmermeer en in de Riekerpolder.

Het doel van de installatie was: "Voorzien in de behoefte aan drinkwater voor de bevolking van de Gemeente Amsterdam, de gebruikers van de Zaanlandsche Waterleiding en de daarbij aangesloten buitengemeenten tijdens een beleg." Andere inwoners van de Stelling konden tijdens een beleg gewoon gebruik blijven maken van regenwater en de lokaal aanwezige bronputten.

Aanvankelijk werden er twintig proefputten geslagen langs de kade van de Ringvaart en oostelijk van (achter) het toenmalige fort. Later is er tegen de huidige Sloterweg aan een gebied aangekocht van drie hectare voor het slaan van 97 putten. Al deze putten werden aangesloten op het pompstation dat tussen deze beide locaties lag en dit vormde gezamenlijk de bronwaterleidinginstallatie. De meeste gebouwen, waaronder de twee stokerswoningen en een machinistenwoning, zijn nog steeds aanwezig.

In 1887 was er een eerste putboring in Sloten, gevolgd door een putboring in 1890 tot op 54 meter diepte. Na 7 dagen leverde deze 100 m3 water. In 1897 vonden er tien boringen plaats op de kade ten noorden van het fort tussen de 42,5 en 52,8 meter diepte. Een jaar later, in 1898, werden 600 meter noordelijker tien putten met een diepte van 34,03 en 56,43 meter gemaakt.

In 1899 waren de installatie en bronnen aan de Ringvaartkade gereed. De capaciteit was 3500 m3 per dag. In 1900 werd in de Riekerpolder een terrein onteigend, dit was in 1901 in het bezit van defensie. In 1902 werden de woningen voor het machinepersoneel gebouwd en in 1903 bouwde men de eerste ontijzeringsinrichting. De bezinkvijver en het pompstation waren gereed in 1904 en het had een capaciteit van 15.000 m3 per dag. Vervolgens werd in 1906-1907 een verbindingsleiding gelegd. Voor uitbreiding van het complex werd in 1908 nogmaals grond onteigend, waarna er een tweede ontijzeringsinrichting, een tweede filterinstallatie en een tweede reinwaterkelder werden gebouwd.

In 1914 kreeg het complex op 25 maart bezoek van Koningin Wilhelmina (waarschijnlijk was het complex toen gereed). In vredestijd viel het beheer van de installatie onder de Genie. De functie "Directeur van de Militaire Drinkwatervoorziening te Sloten" bestond alleen in oorlogstijd. Van 1916 tot 1918 hebben er drie luchtafweerkanonnen rond het terrein gestaan.

Het pompstation bestond oorspronkelijk uit een machinegebouw, een ontijzeringsinrichting, reinwaterkelders, een bezinkvijver, een gashouder, drie woningen en een steiger. De ontijzeringsinrichting was noodzakelijk om het ijzeroxide te verwijderen d.m.v. bezinking en filtering. Er was gemiddeld 23 mg per liter ijzeroxide in het water. Omdat er 180 m3 gas per dag uit de putten vrijkwam moest dit worden opgevangen in een gashouder van 50 m3. Bij de proefboringen in 1897 en 1898 werden er resp. 21 en 67 bacteriën per cm3 aangetroffen, hetgeen steriel was.

Waterstroom

Onder het terrein loopt een grondwaterstroom van oost naar west naar de dieper gelegen Haarlemmermeerpolder. Hierdoor is er een constante aanvoer van grondwater. Door Lancashire stoomketels aangedreven pompen, pompten het water via een hevelleiding uit de putten naar de ontijzeringsinrichting. Het opgepompte en gezuiverde drinkwater werd via een leiding, langs de Sloterweg en Overtoom, bij de Stadhouderskade in het stadsnet gebracht. Deze werd in 1906 en 1907 aangelegd, waarbij de zinker door de Kostverlorenvaart werd gelegd op 1 september 1907.

Waterschepen

Tussen de Amsterdamse Waterleiding en de Zaanlandsche Waterleiding was er blijkbaar geen verbinding. Daarom werd het water daarheen per schip vervoerd. Bij Sloten en bij de Zaanlandsche Waterleiding te Zaandam werd een steiger voor waterschepen gebouwd. Voor 3222,52 gulden werd bij de Artillerie-Inrichtingen een steiger, een loods en een pomp aan het Noordzeekanaal gemaakt. Het water dat per boot uit Sloten werd aangevoerd kon daar dan worden ontvangen. De steiger in Sloten werd in 1935 of 1936 verplaatst naar een andere locatie aan de Ringvaart even ten noordwesten van de toen nieuwe brug van de Haagseweg (Rijksweg 4).

In januari 1944 werd de installatie in opdracht van de 'Verteidigungsstab Amsterdam' aan de Gemeentewaterleidingen overgedragen. Tussen februari en september werden alle hevelleidingen en gasleiding op druk geperst en alle lekken en andere gebreken verholpen zodat de installatie weer gebruiksklaar was. Als noodvoorziening heeft het echter nooit hoeven te functioneren.

Na de Tweede Wereldoorlog was er enkele jaren een motorenwerkplaats van de KLM in het machinegebouw gevestigd. In 1948 werd een genieloods geplaatst.

Luchtverkeersleiding

Vanaf 1950 kreeg het een nieuwe functie voor de Luchtverkeersleiding van Schiphol. Tussen 1950 en 1996 was het een bemand complex ('Station van de Luchtvaartdienst'). In 1953 kwamen er lage gebouwen op de plaats van de vroegere filterinstallaties. De tweede ontijzeringsinrichting werd omstreeks 1970 gesloopt. Sinds 1996 is het een onbemand zendercomplex. In 2003 werd het tevens als vergader- en cursuslocatie in gebruik genomen.

Het pompstation bestaat nog, maar de terreinen en putten zijn vrijwel verdwenen onder de Oude Haagseweg, de huidige Rijksweg 4 en het Sportpark Sloten.

Het Machinegebouw is in gebruik bij de Luchtverkeersleiding Schiphol als radiozendinstallatie, met o.a. cursuslokalen en een bedrijfsmuseum, de Ontijzeringsinrichting werd in 1995 gekraakt en in gebruik genomen door de 'Rijkshemelvaartdienst'. De onderhoudstoestand varieert van goede tot slechte staat.

Magazijn voor Bijzondere Opkomst en Marechaussee Kazerne Nieuwe Meer

Het Magazijn is gelegen aan de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder ten zuiden van Sloten aan de Nieuwe Meer. Enkele honderden meters noordelijker is de Drinkwatervoorziening. Het doel was de opslag van geweren, projectielen en kardoezen voor gebruik in geval van Bijzondere Opkomst (Mobilisatie).

Fort Nieuwe Meer

In 1843-1846 werd hier een fort gebouwd, als onderdeel van de Posten van Krayenhoff. Dit was in 1844 een vestingwerk van de eerste of tweede klasse. Andere torenforten die omstreeks 1843-1846 zijn gebouwd in verband met de droogmaking van de Haarlemmermeer zijn het Fort aan de Liede, het Fort bij Heemstede en het Fort bij het Schiphol. Vanaf 1854 was het een vestingwerk eerste klasse en in 1875 vestingwerk eerste klasse: fort en lunet. De keel was een vestingwerk van de derde klasse.

Het fort was een gesloten aarden batterij met een bomvrij wachthuis en een lunet aan de andere zijde van de Ringvaart. In 1882 werd het genoemd als bergplaats voor infanteriepatronen. Gezien een geval van schade in 1886 door schietproeven zullen er ook beproevingen hebben plaatsgevonden.

In 1913 is het een vestingwerk van geen klasse, waarna het in 1918 als vestingwerk wordt opgeheven. Vervolgens worden in er 1918-1920 magazijnen gebouwd en in 1931 een Kazerne voor Politie Troepen. Deze wordt in 1947/1949 de Marechausseekazerne Brigade Schiphol en voorts zijn er diverse magazijnen.

Magazijngebouwen en gebruik

De meeste gebouwen moeten tussen 1918 en 1920 gebouwd zijn. Het bestond uit twee geweermagazijnen van elk drie verdiepingen, twee projectielmagazijnen, een klein kardoezenmagazijn en een groot kardoezenmagazijn. Tevens was er een 'wasch- en schaftlokaal', een klein onbekend gebouw en tenslotte een aangeaard munitiemagazijn. De twee hoge geweermagazijnen staan buiten het oorspronkelijke fortterrein.

In 1931 werd er nog een Kazerne voor Politietroepen gebouwd met enkele cellen in de kelder. In dezelfde periode werd mogelijk ook een nog aanwezige loods (de rijwielbergplaats?) gebouwd.

In 1940 waren de volgende gebouwen aanwezig:
A, C, E, F en G: magazijnen uit 1920
B: magazijn uit 1918
H: wachtgebouw uit 1931
I: rijwielbergplaats uit 1931
J: voormalige wachterswoning uit 1859
…: munitiemagazijn uit 1920
K: kolenbergplaats uit 1939
L: transformatorgebouw ui 1939
M: munitiemagazijn met aanbouw uit 1882

Volgens een verzetsgroep (Bureau Inlichtingen Londen) werd het magazijn door de Duitse bezetter gebruikt voor de opslag van onbekende goederen.

Na 1945, in ieder geval volgens een adressenlijst van het Garnizoen Amsterdam uit 1947, waren er technische goederen opgeslagen en wellicht later ook medicijnen en/of medische benodigdheden. Ook in 1947 was de Brigade Schiphol van de Koninklijke Marechaussee er gevestigd, waarschijnlijk in de Kazerne Politie Troepen. Deze is later verhuisd naar de Marechaussee Kazerne Badhoevedorp.

In 1947/1949 waren er diverse magazijnen op het terrein gevestigd:
- Magazijn Technische Goederen
- Magazijn Gereedschappen
- Magazijn Machines
- Magazijn Onbekwaam Materiaal

Na 1952 zijn het klein kardoezenmagazijn, het aangeaard munitiemagazijn (behalve de fundering) en de conducteurswoning (de voormalige wachterswoning) gesloopt.

Het complex verkeert nog in de originele staat en de constructie is goed. In 1986 is deze locatie overwogen voor plaatsing van geleide wapeneenheden. Vanwege onvoldoende radarzicht kwam het niet in aanmerking. Omstreeks 1988 werd het complex gekraakt en omstreeks 1990 eigendom van de 'Stichting Nieuw en Meer'.

Erik Swierstra, Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp

Informatie ontleend aan: http://www.stelling-amsterdam.nl/

Zie ook:
http://www.geheugenvanwest.nl/article-521-nl.html

 
spacer.png, 0 kB